Geen categorieën toegewezen

Armoede, schulden

Wanneer spreken we van armoede?

Van armoede is sprake als het inkomen onder een bepaalde koopkrachtnorm ligt. Voor de afbakening van armoede gebruikt het Centraal Bureau voor de Statistiek de lage-inkomensgrens. De lage-inkomensgrens is een inkomen tot 120 procent van het sociaal minimum. Behalve het inkomen worden ook andere factoren meegenomen om de kans op armoede te beschrijven, zoals hoe lang een gezin van een laag inkomen leeft, de omvang van de vaste lasten en het oordeel over de eigen financiële positie.


Kinderen uit arme gezinnen zijn vaak slecht af (Roest 2011). Ze zijn veel minder vaak lid van een vereniging en gaan om financiële redenen minder vaak op vakantie en maken minder uitstapjes. Thuis is er geen geld voor nieuwe kleren, voor internet, voor iedere dag een warme maaltijd of een weekje vakantie. Ook een lidmaatschap van een sportclub, vieren van een verjaardag of meedoen aan schoolexcursies is niet vanzelfsprekend. Hoe langer een gezin in armoede leeft, hoe meer bij een aantal arme kinderen de gevoelens van angst, afhankelijkheid en ongelukkig zijn, toenemen. Jonge kinderen uit eenoudergezinnen, gezinnen van niet-westerse herkomst en gezinnen met een laag inkomen hebben de meeste kans op nadelige gevolgen van armoede op hun welbevinden.


Uit interviews door cultureel antropologe Tamara van der Hoek (2005) met kinderen van 6 tot 16 jaar, bleek dat kinderen hun omstandigheden vaak proberen te verbergen door er niet met hun vriendjes over te praten. Ook praten de kinderen zo weinig mogelijk met hun ouders over geld en laten ze hen niet merken dat ze graag iets willen hebben of doen dat geld kost.

Voor meer achtergrondinformatie : bekijk dit document van het NJI.

Hoe ga je te werk gaat bij vermoedens van armoede?

Ouders en kinderen schamen zich vaak voor hun armoede. Ook kunnen vaak ouders door de voortdurende stress om iedere dag in het levensonderhoud te voorzien moeilijk plannen, zich aan afspraken houden en keuzes maken. Door de stress kan het intellectueel vermogen met 10% achteruit gaan. Hou hier rekening mee. Vraag of ouders uitkomen met het geld. Vraag of de kinderen zakgeld krijgen. Hebben de kinderen een bijbaantje? Geven opa en oma wel eens geld? Maak gebruik van de handleiding uit de pilot schuldhulpverlening in Amsterdam Noord.

Welke overleggen er zijn waar je voor aanvullende expertise terecht kunt?

Richt je tot de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) of de sociale wijkteams, Vangnet.
De financiële administratie van Jeugdbescherming beschikt over een lijst met fondsen.
De schuldhulpverlening pilot in Noord (Thomas van Andel).

Welk hulpaanbod er ligt per regio?

Voedselbanken. Stichting leergeld. Kledingbank. Linda Foundation. Kinderen van de voedselbank. Verder is team Finance contactpersoon voor een aantal fondsen: Nationaal Fonds Kinderhulp. Fonds Bijzondere Noden Amsterdam. Sportfonds. Rijpperda Wierdsma fonds. Pak je Kans Amsterdam.

Bij welke gedragsdeskundige kan ik terecht voor meer advies?

Eigen gedragsdeskundige is eerste aanspreekpunt, in overleg kun je contact leggen met de gedragsdeskundigen die betrokken zijn bij dit onderwerp (Let op! Je moet zijn ingelogd op Pleio om deze link te kunnen openen).

Bijlagen

Discussions